Zoeken

Wat is het verschil tussen voorlopige en definitieve oplevering?


Binnen het toepassingskader van de Wet Breyne gebeurt de oplevering in twee fasen: de

voorlopige oplevering en de definitieve oplevering. Tussen beide fasen moet een

waarborgperiode van minstens één jaar verstrijken. Deze termijn geldt zowel voor de

gemeenschappelijke als voor de privatieve delen.


De voorlopige oplevering stelt het werk ter beschikking van de opdrachtgever. Zo kan hij het werk onderzoeken en de gebreken ervan nagaan.


Volgens het Hof van Cassatie heeft inzake aanneming de voorlopige oplevering tot doel de

voltooiing van de werken vast te stellen. Aangezien deze oplevering voorlopig is, impliceert

ze op zichzelf niet het bestaan van een aanvaarding. Het gevolg hiervan is dat de

vervaltermijn van de tienjarige aansprakelijkheid slechts begint te lopen vanaf de definitieve

oplevering (art. 1792 en 2270 BW), tenzij andersluidende overeenkomst tussen partijen.


De definitieve oplevering houdt de goedkeuring en de aanvaarding van het werk in.

De definitieve oplevering kan ook uit de feiten blijken, zoals een inbezitneming zonder

opmerking, de volledige betaling van de prijs zonder enig voorbehoud; dit is een

feitenkwestie die door de rechter soeverein beoordeeld wordt. Er zij evenwel opgemerkt dat inzake woningbouw de eindoplevering van het werk niet mag geschieden dan na verloop van een jaar sedert de voorlopige oplevering (art. 9 aanhef Woningbouwwet 9 juli 1971).

De definitieve oplevering van de privatieve delen mag slechts gebeuren nadat de

gemeenschappelijke delen definitief zijn opgeleverd.