Zoeken

Wat is vruchtgebruik?


Artikel 575 van het Burgelijk Wetboek definieert: het vruchtgebruik is het tijdelijk recht om van een zaak, waarvan een andere de eigendom heeft, het genot te hebben, zoals de eigenaar zelf maar met de verplichting om de zaak in stand te houden en terug te geven.


De eigendom wordt gesplitst in naakte eigendom enerzijds en vruchtgebruik anderzijds.

Volle eigendom = naakte eigendom + vruchtgebruik


De vruchtgebruiker heeft het gebruiksrecht en genotsrecht over de zaak. Het recht van beschikking wordt door naakte eigenaar én vruchtgebruiker uitgeoefend.


Voorbeeld: vader komt te overlijden, waardoor de moeder vruchtgebruiker wordt over de woning en de kinderen naakte eigenaar.

  • De moeder kan als vruchtgebruiker in de woning blijven wonen of ze zelfs verhuren en de huuropbrengsten houden.

  • Indien men de woning wil verkopen zal de toestemming van de moeder én de kinderen nodig zijn.


Later zal het vruchtgebruik eindigen en krijgt de naakte eigenaar de volle eigendom. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker. De naakte eigenaar wordt dan volle eigenaar. Het vruchtgebruik kan op alle mogelijke goederen gevestigd worden bijv. op een huis, op geld, dus zowel op roerende als op onroerende goederen. Enkel verbruikbare zaken zijn uitgesloten (bv. blik fanta, voeding).